Overslaan en ga direct naar de inhoud
Socials

Toyota GT-One: Uit de krochten van Köln

Fervente gamers kennen 'm uit het spel Gran Turismo, autosportliefhebbers kennen hem van zijn Le Mans-optredens in 1998 en 1999: de iconische Toyota GT-One. Om de strak gestroomlijnde langeafstandsracer te kunnen homologeren, werd er één straatversie gebouwd. En die werd voor ons uit de krochten van het museum gehaald.

Het is een bekend fenomeen: voor veel raceseries moeten de deelnemende auto’s in meer of mindere mate zijn gebaseerd op modellen die u en wij in de showroom kunnen kopen. Vooral in het verleden leidde dat er geregeld toe dat fabrikanten extra sportieve varianten op de markt brachten, vaak in exact het aantal dat voor homologatie vereist was. Het heeft destijds voor een smakelijke verzameling testosteronspecials gezorgd. Neem straatracers als de BMW E30 M3 en de Ford Sierra RS500 Cosworth, ontwikkeld voor de Groep A. De Ferrari 288 GTO voor de Groep B. En wat te denken van rallykanonnen als de Lancia Stratos plus 037 Stradale, Audi Sport Quattro S1 en Subaru WRX STi; zonder uitzondering kleurrijke machines waar we als liefhebbers blij vanworden. Modellen die het alledaagse voorbij gaan en smaak geven aan al wat de afgelopen decennia op vier wielen is gepasseerd.

Ook op Le Mans moesten de fabrikanten eraan geloven. Nadat de Groep C-prototypen door de explosief stijgende kosten in de ban waren gedaan, werd halverwege de jaren negentig de GT1-categorie in het leven geroepen. Op Circuit de la Sarthe, het decor van de befaamde 24-uursrace, moest aansluiting worden gevonden bij de supercars van alledag, zo was het idee. Dat zou aantrekkelijker zijn voor het publiek, en toegankelijker (lees: goedkoper) voor de teams.

Vrije intepretatie

De reglementen lieten echter nogal wat vrijheid. Ja, de McLaren GTR was daadwerkelijk gebaseerd op de F1 supercar van het merk. Mercedes en Porsche daarentegen, gingen met de specifiek ontwikkelde homologatiemodellen CLK GTR en 911 GT1 een flinke stap verder, al kun je die twee beschouwen als hypercars avant la lettre, die je met een beetje fantasie best enige straatvaardigheden kunt toedichten. Beide zijn daadwerkelijk in kleine serie verkocht. Toyota hanteerde de meest vrije interpretatie van het regelboek. Sterker, de Japanners leken het achterstevoren te hebben gelezen. Ze ontwierpen eerst de raceauto, het prototype TS020, vervolgens maakten ze daarvan welgeteld één straatlegale kopie, puur en alleen om door de keuring te komen: de GT-One.

Toyota was al eerder op Le Mans geweest (het finishte in 1992 als tweede), maar nooit met een grootschalige fabrieksinzet als in 1998. Een en ander werd opgezet bij Toyota Team Europe (TTE) in Keulen, tegenwoordig bekend als Gazoo Racing, de thuisbasis van de WRC-activiteiten van het merk. Die operatie viel evenwel in het niet bij de aanpak voor Le Mans. Niet alleen het prestige van het winnen van de race der races stond op het spel, zowel op technologisch als op personeel vlak was het project de opmaat naar het Formule 1-debuut in 2002. Een leerschool, zogezegd.

Lees verder

Het gehele artikel en nog veel meer foto’s kunt u teruglezen in CARROS Magazine nr. 4/2022. Nooit iets missen? Neem nu een extra voordelig jaarabonnement (8 nummers).

Cookieverklaring

Onze website maakt gebruik van cookies. Meer hierover kun je lezen in ons privacybeleid.