Overslaan en ga direct naar de inhoud
Socials

Fiat 130 Coupé 1974: Alles anders

Een auto om bij weg te dromen, de Fiat 130 Coupé. Totdat de nuchterheid toeslaat. Met een hendel onder het dashboard kun je het rechterportier openen. “Voor de galante Italiaanse bestuurder”, aldus ‘De Auto’ van de KNAC in 1994. Nee dus. Een echt galante vent – een echte vent überhaupt – stapt uit en houdt de deur open voor de dame. En dat voor een auto uit een land waar de galanterie bijna is uitgevonden. Maar goed, die hendel zit er nu eenmaal. Schijnt een Ferrari-constructie te zijn (so much for Ferrari then). En er zitten nog veel meer van die heel aparte zaken in de Fiat 130 Coupé. Een dubbele claxon bijvoorbeeld, met een gedistingeerde toon voor in de stad en een felle, luide luchthoorn voor op het platteland. Of handgas, te bedienen met een schuif op de middenconsole; een soort van cruise control. Of bekleding van... velours – in dit geval blauw, maar oranje was ook leverbaar. Leder eveneens. En dan is er nog die schrille toon die klinkt als je de handrem aantrekt bij ingeschakeld contact, waardoor je het wel uit je hoofd laat om een hellingproef te doen.

INGETOGEN EN SOPHISTICATED

De coupé- en de sedanversie (Berlina) van de Fiat 130 verschillen als dag en nacht. Dat was ook zo bedoeld, want de eind jaren zestig geïntroduceerde Berlina werd zwaar bekritiseerd. Het was een soort opgeblazen versie van Fiats bread & butter cars als de 125. Mede vanwege de overdaad aan chroom werd de door Mario Boano ontworpen auto als te barok ervaren, iets wat overigens wel meeviel. Maar ook de 2,9 liter zescilinder Lampredi-motor – het is een wijdverbreid misverstand dat dit een Ferrari-blok zou zijn – bleek met 140 pk te zwak om de ruim 1.600 kilogram wegende auto adequaat te laten presteren. Met de coupéversie moest alles anders worden. En dat werd het ook. De motor werd opgeboord naar 3,2 liter en leverde nu 165 pk. Het koetsontwerp werd uitbesteed aan Pininfarina, meer in het bijzonder aan chefontwerper Paolo Martin, die op dat moment al de Ferrari Modulo en de pas in 1975 in productie genomen Rolls-Royce Camargue op zijn naam had staan. Martin tekende voor de Fiat 130 Coupé een uiterst strak gelijnde carrosserie, lean and clean, vrijwel zonder opsmuk. De coupé oogde rank, ingetogen en sophisticated, en liep qua design zeker tien jaar op de zaken vooruit.

‘LOCAL HEROES’

De bewonderende blikken van omstanders spreken boekdelen, als we de coupé door het Rotterdamse stadsverkeer loodsen. We hebben hem net opgehaald bij autoliefhebber Derk van Dam, die een voorkeur heeft voor Italiaanse coupés, met name Fiats. Toen ik in de 130 bij hem de straat uitreed en de eerste bocht nam, moest ik wel meteen een extra ruk aan het stuur geven omdat ik de enorme draaicirkel onderschatte. Tja, merken als Mercedes-Benz hadden dat toch iets beter voor elkaar. Het heeft er ook mee te maken met het feit dat ‘Fiat’ en ‘grote auto’s’ twee verschillende werelden zijn. De Centotrenta was zo’n beetje de laatste poging om deze te combineren, maar het mislukte. De oliecrisis van 1973 hielp mee, jazeker, maar de vraag naar grote Fiats bleef nagenoeg beperkt tot thuisland Italië. Het waren en bleven een beetje local heroes; auto’s voor staatslieden, Vaticaan, zangers, filmacteurs en ja, hier en daar een maffiabaas. De concurrerende merken boden op luxegebied meer kwaliteit en vooral meer status. Oud verhaal.

LIMOUSINE

Nu waren de grote Fiats niet bedoeld als aanval op de Duitse hegemonie. Het was meer dat elke autofabrikant, ook die van volumeauto’s, zich in de jaren zestig waagde aan luxe automobielen. Het hoorde er gewoon bij. En voor de Fiat-rijder was de 130 zonder meer het non plus ultra. Fiat deed dan ook zijn best. De 130 Coupé rijdt ongelooflijk gemakkelijk en comfortabel, al is de zescilinder wat luidruchtig, maar dat is een bekend euvel van deze auto’s. De overgangen van de automatische Borg-Warner drieversnellingsbak verlopen redelijk soepel. De Fiat reageert behoorlijk op het gas en heeft niet de luiheid die veel limousines uit die tijd zo eigen is. Supersnel is hij niet, maar hij is ook niet traag te noemen. Wat zeiden we daar? Limousine? Jawel! De velours bekleding, het hout op het dashboard, de zee aan binnenruimte (voorin althans) en het enorme rijcomfort doen je totaal vergeten dat je met een coupé op pad bent – over het algemeen een autosoort die wat meer op sportiviteit gericht is. En dan is er nog de rijke uitrusting: airconditioning (destijds optioneel, in deze auto overigens aanwezig), stuurbekrachtiging, verstelbaar stuur, veiligheidsgordels, elektrisch bedienbare ruiten, een elektrisch verstelbare linkerbuitenspiegel en rolgordijntjes voor de achterruit. Onderschat ook niet de grootte: de auto is bijna vijf meter lang.

BESTE ONTWERP

Je hebt de neiging weg te dromen achter het stuur, zo comfortabel is de 130 Coupé, maar er is één ding wat die droom verstoort: die naam Fiat. Het wringt. Je wilt gewoon het liefst dat er Jaguar, BMW of iets exotisch als Monteverdi op staat. Of, als het dan toch moet, Lancia. Maar wel iets wat bij een dergelijke luxe auto past. Iets wat je niet hoeft uit te leggen – althans voor je gevoel niet. De coupé trekt veel bekijks, maar mensen weten duidelijk niet wat voor merk het is. En als ze dan het logo zien, lijken ze teleurgesteld. Of is dat verbeelding? De strakke lijnen daarentegen vinden alom bijval. Persoonlijk ben ik echter wat terughoudender hiertegenover, al houd ik erg van strakke vormgeving (Bauhaus, De Stijl). Wat ik in het design van de 130 Coupé mis, is warmte. Het omarmt je niet. Styling kan ook te ingetogen zijn, is mijn mening. Maar ik realiseer me dat ik daarin nagenoeg alleen sta: het design won in zijn tijd de ene award na de andere en Pininfarina zou later zeggen dat het een van zijn beste ontwerpen ooit was.

ROESTVORMING

Opvallend is wel dat er van de zo verguisde Berlina 15.000 exemplaren gemaakt zijn en van de gelauwerde coupé nog geen 4.500. De coupés, gebouwd tussen 1971 en 1977, hadden dan ook twee heel grote nadelen: ze waren duur en dorstig. Automaatversies als deze hadden soms een benzineverbruik van 1:5 à 1:6. De prijs in 1974 was circa 42.000 gulden, een bedrag waarvoor je ook een XJ6 of basis-911 kon kopen, en voor iets minder zelfs een Mercedes 280 S. De huidige waarde van een Fiat 130 Coupé in topstaat ligt rond de 16.000 euro, maar wie er ooit een wil aanschaffen, moet goed letten op roestvorming: de auto’s werden gemaakt van inferieur Russisch staal – onderdeel van de toenmalige barter tussen Fiat en de Lada-fabriek in Rusland. Het zal wel verbeelding zijn, die teleurstelling over dat Fiat-logo. Die mensen denken natuurlijk: goh, maakte Fiat ook zulke auto’s? En jezelf daarmee tevreden stellend, zweef je rustig verder met je 130 Coupé. Lekker doordromend. Met dank aan Derk van Dam voor het ter beschikking stellen van zijn Fiat 130 Coupé. Tekst: Martin van der Zeeuw Fotografie: Stephan van Leiden
Fiat 130 Coupé 1974
Motor 3,2 liter V6 benzinemotor
Vermogen 165 pk bij 5.600 tpm
Transmissie Drietraps Borg-Warner automaat of handgeschakelde ZF-vijfbak, achterwielaandrijving
L x b x h 484 x 176 x 138
Gewicht in kg Circa 1.600
0-100 in sec. 10,5
Top in km/h 185 (automaat, met handbak: 190)
Prijs 1974 in gulden 42.524 (automaat, incl. BTW)
Huidige waarde in euro Circa 16.000 (tops

Cookieverklaring

Onze website maakt gebruik van cookies. Meer hierover kun je lezen in ons privacybeleid.