Overslaan en ga direct naar de inhoud
Socials

Het beste van twee werelden: Alfa Romeo 1900C Pinin Farina Coupe (1953)

Als eerste in serie gebouwde auto vormt de 1900 een belangrijke schakel in de geschiedenis van Alfa Romeo. Hoewel op moderne wijze gebouwd, werd de traditie van het los verkopen van chassis’ aan carrosseriebouwers nog wél gehandhaafd, resulterend in vele bijzondere creaties. De door Pinin Farina ontworpen coupé is hiervan een van de mooiste. En daarvan vond Yuri van Koeveringe er een op Nederlandse bodem.

De ontwikkeling van de Alfa Romeo 1900 moet gezien worden in de tijd waarin de auto bedacht en gebouwd werd: het Italië van vlak na de Tweede Wereldoorlog. Na het likken van de wonden werd in De Laars al snel begonnen aan de wederopbouw. Door een enorme kapitaalinjectie van de Verenigde Staten - Italië ontving in het kader van het Marshall Plan zo’n 1,2 miljard dollar - kon de infrastructuur worden hersteld en kreeg de industrie een impuls. Dit alles had grote gevolgen. Er ontstond een verschuiving van mensen van het platteland naar de rijkere, vaak noordelijke steden, waar de welvaart snel steeg. De hierdoor opkomende middenklasse kon zich steeds meer veroorloven, zoals een eigen auto. De Alfa Romeo 1900 werd ontworpen voor het rijkere deel van deze middenklasse. Voorzien van een viercilinder, in plaats van de gebruikelijke zes- of achtcilinder, en op de lopende band gebouwd, vormde de 1900 een duidelijke breuk met voorgaande, handgebouwde auto’s voor de elite.

Uit de as

Zoals zoveel bedrijven werden de fabrieken van Alfa Romeo tijdens de Tweede Wereldoorlog bijna volledig ingezet voor het militaire apparaat van Mussolini. Toen de geallieerden het zuiden van Italië hadden bevrijd, richtten zij hun pijlen op het industriële noorden en kregen daarbij ook de beroemde Alfa Romeo-fabriek in de wijk Portello in Milaan in het vizier. Tijdens een massaal bombardement in 1944 werd meer dan de helft van het complex vernietigd. En toen vlak na de oorlog Ugo Gobbato, leider van het bedrijf sinds 1933, door het verzet werd doodgeschoten wegens samenwerking met de fascisten, leek dit het einde van het ooit roemrijke Alfa Romeo.

Het was aan Pasquale Gallo, de nieuwe directeur, om het merk letterlijk te laten herrijzen. Mede dankzij het Marshall Plan werd de fabriek in Portello weer opgebouwd en voorzien van deels oude en deels nieuwe machines. Maar omdat de vraag naar luxe auto’s vlak na de oorlog miniem was werden een tijd lang meer ‘nuttige’ dingen gemaakt, zoals dieselmotoren, rolluiken en ovens. Maar autobloed kruipt waar het niet gaan kan en al snel werd er onder de leiding van Dottore Satta, sinds 1938 als ingenieur in dienst van Alfa Romeo, weer aandacht aan auto’s besteed.

Lees verder

Het gehele artikel en nog veel meer foto’s kunt u teruglezen in CARROS Magazine nr. 7/2021. Nooit iets missen? Neem nu een extra voordelig jaarabonnement (8 nummers).

Cookieverklaring

Onze website maakt gebruik van cookies. Meer hierover kun je lezen in ons privacybeleid.