15-12-08 -
Het is alweer honderd jaar geleden dat Ian Fleming werd geboren. CARROS volgt de sporen van James Bond’s geestelijk vader door het Engelse Kent, in de ware James Bond-auto: een Bentley.
We kozen de
Bentley niet zonder reden. In Kent volgen wij het spoor van schrijver Ian Fleming (1908-1964), geestelijk vader van de inmiddels tot een legende van deze tijd geworden, fictieve geheim agent James Bond. In tegenstelling tot wat velen denken, speelde de
Aston Martin geen rol van betekenis in de oorspronkelijke Bond-boeken, die vrijwel allemaal in de jaren vijftig zijn geschreven. Fleming portretteerde James Bond in een
Bentley, een merk dat hij erg bewonderde en waarvan hij vond dat het bij het stoere, maar toch
gentlemanlike imago van Bond paste.
StudebakersBentley dus. In het allereerste Bond-boek, Casino Royale uit 1953, rijdt James Bond met een grijze 4,5 Litre ‘Blower’ uit 1930. In het boek wordt de auto overigens zwaar beschadigd. Hij wordt echter gerepareerd, maar vindt in Moonraker alsnog zijn einde. Bond koopt dan een nieuwe
Bentley, een Mark VI. Ian Fleming bezat ook een
Bentley uit de jaren dertig waar hij de
country roads in Kent mee onveilig maakte. Hij hield van grote snelle auto’s. Hoewel Fleming de Amerikaanse automaten en stuurbekrachtigingen niet als een uitdaging zag en het echte rijplezier meer bij de Engelse merken vond, bewonderde hij de Amerikaanse betrouwbaarheid: hij bezat ook nog twee Fords Thunderbird en één van de eerste Studebakers Avanti
“IAN FLEMING WAS SNOBISTISCH, ARROGANT EN ONVOORSPELBAAR”
Duck Inn
Terug naar onze auto. De GT Speed, met Volkswagen’s W12 onder de kap, is supersportief en razendsnel, maar voor de langere ritten minder prettig vanwege zijn Duits-stugge vering, zelfs in de meest comfortabele demperstand. Oké, een 4,5 Litre Blower uit de jaren twintig was ook geen echt luxe auto, maar net als de Speed een serieuze sportwagen. Over comfort gesproken: de navigatie, ook nog eens niet heel gebruiksvriendelijk, laat ons in de steek. We moeten zelfs bij een tankstation vragen naar het gehucht Pett Bottom, waar zich een voor Fleming-liefhebbers belangrijke pub bevindt: The Duck Inn.
Geïdealiseerd zelfportret
Een bord op de muur van de Duck Inn geeft aan dat Ian Fleming hier in 1964 You Only Live Twice schreef. “Dat zal wel meevallen”, vertelt John Ingram. “De meeste boeken schreef hij in Jamaica, waar hij een huis had (genaamd Goldeneye) om de Britse winters te overleven. Hier in The Duck Inn, waar hij vaak kwam en dat hij in het boek ook noemde, zal hij het hooguit een beetje hebben fijngeslepen.” Ingram, een gepensioneerde leraar in Engelse literatuur die zelf zo weggelopen lijkt te zijn uit een Bond-film, weet alles van Ian Fleming. Hoe was Flemings karakter? “Hij was niet bij iedereen geliefd. Door de vrienden van zijn vrouw Ann werd hij ‘The Commander’ genoemd. Hij was nogal snobistisch, arrogant en onvoorspelbaar.”
ONZE GT SPEED IS VOOR DE LANGERE RITTEN MINDER PRETTIG VANWEGE ZIJN DUITS-STUGGE VERING
Historic Dockyard
Van Pett Bottom rijd ik naar de stad Chatham. De navi stuurt me verkeerd, maar even later rijden we het 32 hectare (!) grote terrein van de Historic Dockyard op. Een eldorado voor de techniekliefhebber: schepen, kranen, locomotieven en wagons, allemaal opgesteld in en rond historische dokken en loodsen. De 400 jaar oude marinehaven, waar ook HMS Victory is gebouwd, is in 1984 afgestoten en sinds die tijd zijn het terrein en de opstallen geconserveerd en gerestaureerd. De veelheid aan Victoriaanse gebouwen creëert echter nog steeds een bijzondere sfeer. Uiteraard wordt ook hiervan door film- en televisiecrews gretig gebruik gemaakt, zoals door de producers van de Bond-films Diamonds are Forever uit 1971 en The World is Not Enough uit 1999. Er bevindt zich ook een radiobestuurbare modelduikboot, die in laatstgenoemde film ‘optrad’.
Zeventig sigaretten
Tot slot reizen we af naar Sandwich, waar Fleming in het (inmiddels afgebroken) Guildford Hotel vertoefde met zijn bridge- golfvrienden. Samen met hen vormde hij ‘Le cercle gastronomique et des jeux de hasard’, kortweg Le Cercle. Fleming was een verwoed golfer en lid van de Royal St.George’s Golf Club in Sandwich, welke hij in Goldfinger als ‘Royal St.Marks’ liet figureren. Hij kreeg er les van Albert Whiting, die hij in het boek eerde onder de schuilnaam Albert Blacking. Helaas heeft Ian Fleming heeft het echte succes van de Bond-films niet meer meegemaakt. De verwoede roker – 70 sigaretten per dag! – kreeg op 11 augustus 1964 een hartaanval tijdens een bestuursvergadering van de Royal St.George’s. Hij was net officieel benoemd tot captain van de club. Hij overleed de volgende dag.
DE MEESTE BOEKEN SCHREEF HIJ IN JAMAICA, WAAR HIJ EEN HUIS HAD