Memorabele crashes
20 december 2011 14:17
Crashes zijn van alle tijden. Hoeveel bekenden, familieleden en zo, moet een mens niet vóór hun tijd schrappen van zijn lijst? Door het buitensporige vehikel, zeg maar. Een handvol events – zonder enig onderling verband overigens – schieten me te binnen:
Stervoetballer Patrick Kluivert. Knalde met zijn kar (cabriolet, BMW), tien jaar terug of zo, met een gang van ‘100 plus’ in een buitenwijk van Amsterdam op een gezinsauto. De bestuurder was op slag dood, de overige inzittenden zwaar in de vernieling. Wat de weken daarna opviel, was dat publiekstroetel Pat, de briljanten kaatsend vanuit oorlellen, in interviews steeds ‘ik’ ratelde. Ik heb een zware tijd achter de rug, ik kon moeilijk tot voetballen komen, ik moest er steeds aan denken, ik hoop er nu snel overheen te zijn, ik wil het voor eens en voor altijd achter mij laten. Geen woord over de gemangelde familie. Pat kreeg taakstrafje van 350 uur of zo, en nu, na zoveel jaren, heeft er een ontmoeting plaats gevonden tussen dader en slachtoffers. “Niet voor herhaling vatbaar”, zei de weduwe later.
Kunstschilder Karel Appel. In de jaren zestig krulde hij zijn roomwitte Jaguar E-type artistiek tussen vangrails in de beruchte ‘off camber’-bocht – ouderen zullen zich de sluipmoordenaar herinneren – tussen Diemen en Amsterdam. Ik passeerde de plek in mijn ‘gefriseerde’ – zo heette dat toen, ’t was een halve Porsche – Kever, minuten na de crash. Ontelbare tubes Talens olieverf heb ik toen voor Appel van het asfalt geplukt en in een tas gepropt. Even later zou ik de gevierde kunstenaar ergens in het centrum afzetten. Tijden later liepen wij elkaar opnieuw tegen het lijf in de draaideur van het American Hotel. “Hé jij”, deed hij, en porde in ribben.
De Britse F1-rijder Roger Williamson. In 1973 tijdens de GP van Zandvoort crashte hij bij het beruchte ‘Tunnel Oost’. Collega-coureur David Purley stuurde de berm in en poogde de krijsende Williamson uit de vlammen te trekken. Ging niet, en dan viel W. stil. De race ging door. Direct na het vallen van de finishvlag spinde ik met mijn Honda motorfiets de baan op voor een blik op de plaats des onheils. De verroette raceauto, op z’n kop op de valbeugel, met binnen dat kader de contouren van een mens, als het ware bevroren in zijn stoel, zwart op wit: de verkoolde body op een bed van wit schuim. Niet te vergeten.
Ayrton Senna’s fatale klapper. Ook topgedenkwaardig, vanwege de dood van de beste van de besten, en op de tweede plaats wegens de lulkoek van oorzaaktheorieën direct na de crash: onder meer ‘banden niet warm, dus auto onbestuurbaar’, waar de evidentie van een eerder geknapte en haastig gerepareerde (en dan opniéuw gebroken) stuurstang buiten beschouwing bleef.
Niki Lauda op de Nürburgring. In een volgasbocht moet je, zeker met een F1-auto, weg blijven van de curbstones. Een gouden wet in de racerij. De geroutineerde Lauda maakte een beginnersfout: met een bloedgang pakte hij de rand van die stenen. Fenomenen als Clark of Senna hadden de gelanceerde bolide misschien nog kunnen opvangen. No way Lauda. Onvergetelijk, omdat het beeld van zijn gruwelijk verbrande kop sindsdien op miljoenen netvliezen gegrift staat, en ook omdat deze ‘bijna-dode’ slechts weken na de crash – met gehavende kanis en al – weer achter het stuur kroop.
In die dagen waren fatale crashes eerder regel dan uitzondering. Alleen in ’68 reden zich al vijf F1-cracks dood. Ik zie Clark, Hailwood, Laine, Peterson, Revson, Rindt, de Rodriguez-broers, Scarfiotti, Joe Schlesser, Jo Siffert, Mike Spence en Gilles Villeneuve nog voor me.
En buiten de racerij? Ik bedoel: crashes van namen, van reputaties? Nu, dan komt prins B. – crashje hier crashje daar – natuurlijk voorbij… en ook het tragikomische uitstapje van Marco ‘cruise control’ Bakker, (“Ik race op Zandvoort, vandaar...”), of een achter het stuur ingedommelde schlagerzanger/Mercedesrijder, die van ‘Ik verscheurde je foto’, én de broer van een Amerikaanse president die met z’n secretaresse van een brug af het water in kukelde, én.... het nu warmgedraaide geheugen houdt niet op met crashen.
Kunstschilder Karel Appel. In de jaren zestig krulde hij zijn roomwitte Jaguar E-type artistiek tussen vangrails in de beruchte ‘off camber’-bocht – ouderen zullen zich de sluipmoordenaar herinneren – tussen Diemen en Amsterdam. Ik passeerde de plek in mijn ‘gefriseerde’ – zo heette dat toen, ’t was een halve Porsche – Kever, minuten na de crash. Ontelbare tubes Talens olieverf heb ik toen voor Appel van het asfalt geplukt en in een tas gepropt. Even later zou ik de gevierde kunstenaar ergens in het centrum afzetten. Tijden later liepen wij elkaar opnieuw tegen het lijf in de draaideur van het American Hotel. “Hé jij”, deed hij, en porde in ribben.
De Britse F1-rijder Roger Williamson. In 1973 tijdens de GP van Zandvoort crashte hij bij het beruchte ‘Tunnel Oost’. Collega-coureur David Purley stuurde de berm in en poogde de krijsende Williamson uit de vlammen te trekken. Ging niet, en dan viel W. stil. De race ging door. Direct na het vallen van de finishvlag spinde ik met mijn Honda motorfiets de baan op voor een blik op de plaats des onheils. De verroette raceauto, op z’n kop op de valbeugel, met binnen dat kader de contouren van een mens, als het ware bevroren in zijn stoel, zwart op wit: de verkoolde body op een bed van wit schuim. Niet te vergeten.
Ayrton Senna’s fatale klapper. Ook topgedenkwaardig, vanwege de dood van de beste van de besten, en op de tweede plaats wegens de lulkoek van oorzaaktheorieën direct na de crash: onder meer ‘banden niet warm, dus auto onbestuurbaar’, waar de evidentie van een eerder geknapte en haastig gerepareerde (en dan opniéuw gebroken) stuurstang buiten beschouwing bleef.
Niki Lauda op de Nürburgring. In een volgasbocht moet je, zeker met een F1-auto, weg blijven van de curbstones. Een gouden wet in de racerij. De geroutineerde Lauda maakte een beginnersfout: met een bloedgang pakte hij de rand van die stenen. Fenomenen als Clark of Senna hadden de gelanceerde bolide misschien nog kunnen opvangen. No way Lauda. Onvergetelijk, omdat het beeld van zijn gruwelijk verbrande kop sindsdien op miljoenen netvliezen gegrift staat, en ook omdat deze ‘bijna-dode’ slechts weken na de crash – met gehavende kanis en al – weer achter het stuur kroop.
In die dagen waren fatale crashes eerder regel dan uitzondering. Alleen in ’68 reden zich al vijf F1-cracks dood. Ik zie Clark, Hailwood, Laine, Peterson, Revson, Rindt, de Rodriguez-broers, Scarfiotti, Joe Schlesser, Jo Siffert, Mike Spence en Gilles Villeneuve nog voor me.
En buiten de racerij? Ik bedoel: crashes van namen, van reputaties? Nu, dan komt prins B. – crashje hier crashje daar – natuurlijk voorbij… en ook het tragikomische uitstapje van Marco ‘cruise control’ Bakker, (“Ik race op Zandvoort, vandaar...”), of een achter het stuur ingedommelde schlagerzanger/Mercedesrijder, die van ‘Ik verscheurde je foto’, én de broer van een Amerikaanse president die met z’n secretaresse van een brug af het water in kukelde, én.... het nu warmgedraaide geheugen houdt niet op met crashen.
Beoordeling:
(2 beoordelingen)
Laatste autonieuws
25-05-12
BMW Z4 Coupe volgens Zagato
25-05-12
TROS Autoshow week 21
25-05-12
Alpine A110-50 is definitief
25-05-12
Art Cars in Kröller-Müller Museum
25-05-12
Vernieuwde BMW 7-serie is los
24-05-12
BMW opent nieuwe fabriek in China
24-05-12
Peugeot 301 laat zich zien
24-05-12
BMW 4-serie Gran Coupe in pijplijn
23-05-12
Youngman wil Saab niet meer
Meest gelezen
30-03-12
900 Saabs wachten op hun lot
09-04-12
SUV crash op de ‘Ring’
16-04-12
Porsche 911 Cabriolet: hardtop exit
03-04-12
Nieuwe Range Rover onderweg
10-05-12
Porsche Macan gesnapt
02-05-12
Dacia Lodgy vanaf 14.990 euro
05-04-12
Ferdinand Porsche (76) overleden



Reacties op 'Memorabele crashes'
Er zijn nog geen reacties geplaatst