Twee Engelse garagehouders, Lionel Martin en Robert Bamford, schreven in 1914 een zelfgebouwde auto in voor de Aston Clinton heuvelklim. Het succes in deze wedstrijd leidde tot de naam Aston Martin, maar de Eerste Wereldoorlog was er de oorzaak van dat de eerste in eigen beheer gebouwde auto pas in 1919 verscheen.
Na die eerste auto duurde het nog twee jaar voor de productie van start ging, maar sportieve successen waren er vrijwel direct. In 1924 kwam Aston Martin in een eerste crisis terecht, toen geldschieter en constructeur Graaf Lou Zbrorowski verongelukte. De fabriek werd overgenomen door W.S. Renwick, die Aston Martin na financiële problemen in 1933 verkocht aan R.G. Sutherland, die er ook geen winstgevend bedrijf van kon maken.
Aston Martin werd pas weer succesvol toen tractorfabrikant David Brown het bedrijf in 1947 overnam. Hij ontwikkelde nieuwe modellen, verbond er zijn initialen aan (DB) en zorgde weer voor sportieve successen. Het DB5-model kreeg mondiale bekendheid door zijn optreden in James Bond-films.
In 1962 nam Aston Martin het merk Lagonda over. Die naam kwam als type-aanduiding pas weer terug in 1976 op een luxueuze, vierdeurs auto. David Brown had toen zijn aandelen reeds verkocht en er volgden enkele directiewisselingen, tot
Ford in 1987 het merk overnam.
Ford Motor Company heeft het merk inmiddels verkocht voor een bedrag van 931 miljoen dollar. Dat bedrag werd betaald door een consortium dat bestaat uit de investeringsmaatschappijen Investment Dar and Adeem Investment Co. uit Koeweit, de topman van Prodrive David Richards en ondernemer en Aston Martin-rijder John Sinders. Vooral de financiële hulp uit Koeweit maakte het mogelijk de legendarische sportwagenproducent over te nemen van het noodlijdende
Ford.
www.astonmartin.nl